Fruitvlieg als proefdier

Fruitvliegjes worden over de hele wereld gebruikt in laboratoria. Al ruim 100 jaar worden de diertjes gebruikt om experimenten op te doen. De experimenten worden vooral gedaan om meer te weten over de erfelijkheidsleer.

Waarom fruitvliegjes?

Er zijn verschillende redenen waarom fruitvliegjes voor de experimenten worden gebruikt. De drie belangrijkste zijn:

Makkelijk en goedkoop

Fruitvliegjes zijn makkelijk want ze nemen niet veel ruimte in beslag. Wat ook makkelijk is, is hun voortplanting. De levenscyclus van de fruitvlieg is kort, maar in hun korte levensduur hebben ze binnen de kortste keren duizenden nieuwe fruitvliegjes gecreëerd. Ze zijn goedkoop want het enige dat ze nodig hebben, is een afgedankte bananenschil.

Genetische waarde

Wat fruitvliegjes ook interessant maakt, is dat ze genetisch –je zou het echt niet zeggen- veel op mensen lijken… Maar liefst 70% van de genen van de fruitvliegjes, komen ook in mensen voor!

Ethisch verantwoord

Niet iedereen is blij met dierproeven. Vaak worden proeven op dieren niet als ethisch verantwoord gezien. Dierproeven op fruitvliegjes wordt wel als ethisch verantwoord gezien. Dit is ook een reden waarom er zo veel proeven en experimenten op deze diertjes gedaan worden.

Ontdekkingen door proeven met fruitvliegjes

De proeven op fruitvliegjes zijn niet voor niets, er zijn namelijk een aantal heel belangrijke ontdekkingen gedaan op erfelijkheid.
DNA helix

Thomas Hunt Morgan

Thomas Hunt Morgan* (1866-1945) was een Amerikaans geneticus en embryoloog. Morgan wilde begrijpen hoe erfelijkheid en mutaties werkten. Om hier achter te komen gebruikte hij de fruitvlieg als proefdier. Hij had hier zelfs een vliegenkamer voor ingericht! In zijn werk beschrijft hij hoe sommige genen sekse gerelateerd zijn, maar ook dat het mannetjes fruitvlieg heterogametisch (= geslacht dat ongelijke geslachtschromosomen heeft: XY) is. Bij mensen is de man ook heterogametisch.

Verder laat Morgan in zijn werk zien dat mutaties spontaan kunnen ontstaan bij veranderde omgevingsfactoren. In 1933 ontving Morgan een Nobelprijs. Samen met zijn collega’s bevestigde Morgan dat genen op chromosomen liggen en dat sommige alleen in paren voorkomen.

Onvruchtbare nakomelingen

Als een fruitvliegje zich voortplant met een fruitvliegje van een ander soort, overleeft het vrouwtje dit niet.Twee fruitvliegjes Het vrouwtje sterft al vroeg in de embryonale ontwikkeling. Het mannetje dat geboren wordt, overleeft het wel, maar kan zicht niet voortplanten. Patrick Ferree en Daniel Barbash (Amerikaanse biologen) hebben deze kruising van een vrouwelijke Drosophila Simulans en een mannelijke Drosophila Melanogaster in kaart gebracht en hebben ontdekt waarom dit zo is.

Het mannetje zorgt er voor dat de nakomeling een mannetje (Y-chromosoom) of een vrouwtje (X-chromosoom) wordt. De Amerikaanse biologen ontdekten dat het DNA van het X-chromosoom, afkomstig van het mannetje, ervoor zorgt dat het vrouwtje sterft. Dit komt doordat tijdens de eerste embryonale celdelingen het X-chromosoom plakkerig wordt. Hierdoor kan het chromosoom zicht niet volledig splitsen waardoor het embryo sterft.

Op deze manier voorkomt de natuur dat verschillende soorten zich niet met elkaar kruisen. Toch weten de biologen niet of het altijd zo is dat het X-chromosoom plakkerig wordt. Daar moet meer studie voor gedaan worden.

Bronnen:
Thomas Hunt Morgan
Erfelijkheid fruitvlieg
Wetenswaardigsheden over Drosophila