Fruitvliegjes en de seizoenen

Wat fruitvliegjes doen per seizoen

De levenscyclus van fruitvliegjes hangt sterk af van de temperatuur en dus ook direct van de verschillende seizoenen. Daarom eerst een klein kijkje in het leven van de fruitvlieg per seizoen!

In de Lente

In Nederland is het lente van 21 maart tot en met 20 juni. In de lente worden de overwinterde volwassen fruitvliegjes weer actief zodra de buitentemperaturen stijgen. Het vrouwtjes fruitvliegje zoekt meteen een lekker overrijp stukje fruit op, om daar haar eitjes in te leggen. Het eitje ontwikkelt zich van larve tot een fruitvliegje. Het nieuwe fruitvliegje zorgt ook weer voor nakomelingen en zo ontstaat er een heel nieuwe generatie fruitvliegjes.

De Zomer

De Nederlandse zomer loopt van 21 juni tot en met 20 september. De fruitschaal is niet veilig voor fruitvliegjesMeestal is het in de zomermaanden het warmst van het jaar. Het is dan ook in dit jaargetijde dat fruitvliegjes het meest actief zijn. Hoe warmer het is, hoe actiever de fruitvlieg en hoe sneller de levenscyclus. De volwassen fruitvliegjes zijn constant bezig met het zoeken naar voedsel, een partner om mee te paren en de vrouwtjes fruitvlieg zoekt een geschikte plaats om haar eitjes te leggen. Tussen de werkzaamheden door, rusten de fruitvliegjes op rustige plekken.

Het najaar, de herfst

De herfst begint 21 september en loopt door tot 20 december. In de herfst beginnen de hoge temperaturen van de zomer aardig te zakken. Doordat het kouder wordt, zullen de fruitvliegjes iets minder actief zijn, maar ze zijn er nog wel! In de herfst is de levenscyclus van de fruitvlieg trager dan in de zomer waardoor het langer duurt voordat er een heel nieuwe generatie geboren wordt. In de natuur is er in de herfst minder voedsel beschikbaar, waardoor grote delen van de fruitvliegpopulatie sterven.

Schuilen in de Winter

21 december begint de winter en eindigt 20 maart. In de winter zijn fruitvliegjes niet actief. De meeste fruitvliegjes zullen sterven van de kou. Fruitvliegjes kunnen de winter alleen overleven als ze een warm plekje, met voldoende voedsel hebben gevonden. Zo’n lekker warm plekje kan bijvoorbeeld ergens in je huis zijn!